Zeer begenadigd

Maria en haar Zoon

Gelooft u in engelen? In wonderen? Eén van de mysterieuste gebeurtenissen in de geschiedenis vond zo’n tweeduizend jaar geleden plaats toen een blinkende engel, genaamd Gabriël, aan het tienermeisje Maria verscheen met een boodschap van Gods troon: “In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen.” (Lukas 1: 26-28)

Deze woorden zijn in de Heilige Bijbel geschreven, wat het bestverkochte boek aller tijden is. Volgens de Heilige Schrift was het God zelf die Gabriël naar Maria zond. Maria was inderdaad begenadigd en gezegend onder de vrouwen want er stond een ondoorgrondelijke gebeurtenis te wachten in haar jonge lichaam. Het verhaal gaat verder: “Toen zij hem zag, raakte zij in verwarring door zijn woorden, en zij vroeg zich af wat de betekenis van deze groet kon zijn. En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven.” (Lukas 1: 29-31)

Daarom was Maria ‘zeer begenadigd’, omdat zij door God uitgekozen was om de ontvanger te worden van het grootste wonder aller tijden. Zij stond op het punt een Kind in haar schoot te ontvangen, dat onder alle andere normale mensen uniek zou zijn. Geen andere moeder kon op zo’n onschatbare eer aanspraak maken. De naam van haar zoon zou Jezus zijn.

Gabriël vervolgde: “Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.” (Lukas 1: 32-33) Maria’s baby zou de Zoon van de Allerhoogste worden, ver boven iedere president, prins, prinses, heerser of koning. Hij zou uiteindelijk op de troon zitten als Koning over een Koninkrijk, dat geen einde zal kennen.

Hoe is dit mogelijk?

Maria zei tegen Gabriël: “Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man?” (Lukas 1: 34) Hier legt Maria een schijnbaar onoverkomelijk probleem bloot. Op dat moment was zij verloofd met een man genaamd Jozef, maar zij hadden hun eenheid nog niet geconsumeerd. Hun huwelijksreis lag nog in de toekomst en Maria was nog steeds een maagd. “Hoe kan ik een baby krijgen zonder door een man te zijn bevrucht?” vroeg zij zich af. Zoiets was nog nooit gebeurd!

Gabriël “antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden. En zie, uw nicht Elizabeth is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd. Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.” (Lukas 1: 35-37) Gabriëls antwoord op Maria’s dilemma openbaart een ondoorgrondelijk mysterie. Zelfs voor haar trouwdag zou de Heilige Geest over haar komen en de kracht van de Allerhoogste zou haar overschaduwen. Een nog nooit eerder vertoonde bevruchting zou plaats vinden buiten welke wereldse vader dan ook om. In dit unieke geval zou de Vader de Almachtige zelf zijn en Maria’s baby zou de Zoon van God worden.

In volledige nederigheid antwoordde Maria: “Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord. En de engel ging van haar weg.” (Lukas 1: 38) Maria’s laatste woorden tot de heilige boodschapper, voor deze wegging, tonen aan dat zij zich beschouwde als een nederige dienares van de Heer. Zij had volledig vertrouwen in wat haar van de kant van de Heer verteld was. (Lukas 1: 45)

Gezegend genoemd

Korte tijd later vertelde Maria haar nicht Elizabeth: “Mijn ziel maakt de Heere groot, en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken.” (Lukas 1: 47-48) Maria’s woorden zijn zeer veelbetekenend. Ten eerste zouden alle geslachten haar gezegend noemen. Anders dan enige andere moeder sinds het begin der tijd had Maria het voorrecht Gods Zoon te baren. Ten tweede wordt haar nederigheid opnieuw geopenbaard doordat zij zichzelf een dienares noemt. Ten derde realiseerde zij zich dat God zelf haar Zaligmaker was.

Maria’s gebruik van het woord zaligmaker laat zien dat zij wist, dat zij van de zonde gered moest worden, net als alle zondige stervelingen. Haar Redder was haar Zoon. “U zult Hem de naam Jezus geven” vertelde een andere engel Jozef, “want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Matteüs 1:21) Zowel Maria als Jozef behoorden tot Zijn volk, dat van zonden gered moest worden.

Toen Jezus Zijn dienstwerk begon zei Zijn moeder op zeker moment tegen de dienstknechten op een bruiloft: “Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het.” (Johannes 2:5) Dit laat zien dat Maria niet alleen haar Zoon eerde, maar ook dat haar motto impliciet gehoorzaamheid aan Zijn woorden inhield. Wat Jezus zegt moeten wij doen.

Het is belangrijk te benadrukken dat, hoewel Maria waarlijk gezegend was om de aardse begeleider te worden van onze Verlosser Jezus Christus, de overheersende focus van Gods Boek het verheerlijken van haar Zoon is, niet Zijn nederige moeder. Paulus maakte dat later kristalhelder toen hij schreef dat God “wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis komen van de waarheid. Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen.” (1 Timoteüs 2: 4-6)

Men hoeft geen geschoold rekenkundige te zijn om de betekenis van het woord ‘één’ te berekenen. Er is maar één God, geen tienduizenden goden, en er is maar één Middelaar tussen God en mensen, en het is geen vrouw. Zelfs Maria niet. Nee. Het is de mens Christus Jezus, die alleen Zijn leven offerde aan een wreed kruis om de prijs voor de zonden van de mensen te betalen.

Haar zoon eren

Heeft u zich ooit afgevraagd, wanneer wij deze heldere Bijbelverzen beschouwen, wat Maria zelf zou denken over haar verheerlijking tot een bijna goddelijke status in de kerk? Ik stel mij voor dat Petrus noch Paulus het zouden goedkeuren – want in al hun geïnspireerde Nieuw Testamentische brieven is veelzeggend dat zij Maria geen enkele keer noemen. Waarom niet? Niet omdat Maria niet gezegend was, maar omdat zij zelf niet onze Verlosser of Middelaar is. Deze eer komt exclusief aan Maria’s Zoon toe. Jezus zelf is het middelpunt en Zijn glorie moet niet in de schaduw gesteld worden door welke man of vrouw ook, die op de gewone manier zwanger gemaakt is. Gezeten op Zijn verheven stoel daarboven smeekt Hij ieder van ons liefdevol, zeggend: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.” (Matteüs 11:28)

Jezus houdt ten diepste van ons en nodigt ons hartelijk uit om rechtstreeks tot Hem te komen voor rust, vergeving, vrede en eeuwig leven. (Johannes 3:16) Opnieuw zegt Jezus tot ons: “Kom tot Mij.” Laten wij denken aan de woorden van de gezegende maagd, die zei: “Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het.” (Johannes 2:5)